|
1
Moe ,ik went me af in plaats van te luisteren, naar de roep in de verte, mijn naam, veraf Niet nu, moe, maar eigenlijk Wil ik wel. maar de moed ontbreekt me, Ik weet de woorden niet goed
Geluid van een deur die sluit Een zacht geklik, meer niet Mijn blik, door de beslagen ruit Zo in het donker turend, niet veel Wat ik zie
Mijn zucht diep, borrelend boos uit mijn maag Ze is weg, op mijn netvlies Vaag
|
2
Leerde ik haar maar kennen Vandaag Morgen Mijn bed, wacht me groot en leeg De warmte, als ik door de lakens veeg
Mijn vloek, zacht maar gemeend Stel ik later bij. En val in slaap, mijn hart versteend Bij het ontwaken, pas dan, weet ik wat ik mis En wat er is
Morgen Een dag, niet moe, niet boos En een dag Geen zorgen
|
3
Bij het ontwaken duurt het even en ik weet Die nacht heb ik niet voor niets Gezweet
Iets wat ik in mijn droom Weet Dringt het door en wil ik het zien?
Liever niet bewust misschien Maar ongewild, mijn gevoel Zegt genoeg, zo angstig, opeens Ongeborgen, ongezien
En ik maar doen Alsof de werkelijkheid droom is En het dromen, fijn Tot het ontwaken
|
4
Dan is het ongewild klein Het verlangen naar geborgenheid Naar alles wat de liefde bevat Niet dąarom het afscheid Niet voordat, niet voordąt Ik het kleine in die droom tegenkom
|